1. Heidi

De vrouw gaat schuil tussen het winkelende publiek aan de overkant van de straat. Hij is een geoefend waarnemer maar hij zou haar in de drukte niet hebben opgemerkt. Ze wordt zichtbaar doordat ze plotseling blijft staan en naar hem zwaait. Een vrouw van een jaar of veertig, in een dure lakleren jas. Niet onknap. Hij herkent haar onmiddellijk. Heidi. Heidi heet ze. Maar hij kan haar even niet thuisbrengen.
Als hij zijn hand opheft, steekt ze de straat over.
'Emmerich Gerhard!' zegt ze.
Een sexy stem, laag, een tikje hees. Een hard gezicht. Zonnebankbruin. Een vrouw op haar retour, die er nog alles aan doet. 
'Wat doe jij hier?'
Hij glimlacht. 'Werk,' zegt hij.
'Werk?' Ze zegt het van de weeromstuit een beetje jolig. Alsof ze het niet helemaal gelooft. Het lijkt inderdaad niet erg op werk, zoals hij zich met de handen in de zakken van zijn regenjas op vrijdagmiddag tussen het winkelpubliek beweegt. Ze wil een reactie. Maar hij laat zich niet uit zijn tent lokken.
Heidi. Iemand van vroeger. Wacht, hij weet het weer. Een kennis van Magda. Een vriendin? Een collega? Ze schijnt niet te weten dat Magda en hij al drie jaar uit elkaar zijn. Of weet ze het wel?
'Heb je tijd?' zegt ze.
Hij knikt.
'Het werk kan wachten?'
Hij denkt daar geen seconde over na.
'Zullen we iets drinken?' zegt hij.
Ze knikt en pakt zijn arm met een gebaar of het de gewoonste zaak van de wereld is.
'Wat doe jij?'
'Winkelen. Tijd stukslaan. Geld uitgeven.' 

Hij  heeft een gesprek gehad met ene Kloster. Een commissaris van de Kriminalpolizei hier in Düsseldorf. Op verzoek. De Sicherungsgruppe heeft een stuk geproduceerd dat is uitgegaan naar alle Bondslanden. Terroristenbestrijding. Een stuk van Gerd Kaminsky. Risicoanalyse. Taxatie van het dreigingsniveau. Flut allemaal. Maar er zijn een boel verontruste reacties gekomen. Deze Kloster stond er op met hem zelf te praten. En hij was, conform de dienstvoorschriften, komen opdraven. Herr Kommissar, noemde de man uit Düsseldorf hem consequent. Wat natuurlijk terecht was, maar Gerhard zag vanaf het begin dat hij voor een muur van reserve stond. Hij snapte er niets van, zei Kloster. Sicherungsgruppe. Wat was dat precies? Landeskriminalamt?' Gerhard hield zijn fatsoen. Nee, zei hij beleefd. Hij werkte voor het Bundeskriminalamt. De Nationale Recherche. Sicherungsgruppe Bonn, het Coördinatiepunt Politiek Gemotiveerde Gewelddaden. Kloster had zijn schouders opgehaald. Het was duidelijk dat hij niet veel op had met de nationale instituties. 'Maar "terroristische dreiging", dat is toch sterk overdreven.'
'Dat is de term die we gebruiken.'
'Die wie gebruiken?'
'Op het Bondsniveau…'
'Wij hier kijken daar heel anders tegenaan.'
'Het officiële standpunt…'
'We zijn tegenwoordig een federatieve staat, Herr Kommissar.'
Tegenwoordig, godverdomme! Zo’n boerenlul van de Kripo. Die geen flauwe notie had van wat er aan de hand is. Evenmin als hijzelf overigens, maar daar ging het niet om. Het was obstructie. Het was pure obstructie.
Emmerich Gerhard, handen in de zak van zijn ouderwetse gabardine regenjas, licht gebald, middelvinger door de ring van zijn sleutelbos. Hij laat zijn blik over het stadsprofiel gaan zoals zich dat voor hen en boven hen aftekent. 9 oktober 1970. Staal, kunststof, glas. In vijfentwintig jaar verrezen uit de puinhopen van ’45. Urbane glorie bekroond met een weidse wolkenlucht, waarin juist op het moment dat hij kijkt, een vlucht duiven op weg is. Naar het zenit. Persoonlijk ziet ook hij de subversieve jongelui niet als terroristen. En Kaminsky is een non-valeur. Maar de dienst is nu eenmaal de dienst.
En dit is een federale staat. Godverdomme.
Tegenwoordig.
'Onze taak is uitsluitend informatief,' zei hij tegen Kloster. 'Men wil u uiteraard niets opdringen, maar op het Bondsniveau is men van mening dat men in de landen niet altijd beseft hoe ernstig de situatie is. Men denkt dat de politieman in uniform zich beter bewust moet zijn van de dreiging.'
'En u dringt aan op, hoe noemt u het, "briefings"?'
'Voor de smeris op straat,' vulde Gerhard automatisch aan. 'Informatie over de motieven achter het strafbare handelen van de extremisten, en over de revolutionaire doelen die ze nastreven. De wortels daarvan in de maatschappelijke discussie, zoals die tot stand is gebracht. Door de antiautoritaire studentenbeweging, en de andere krachten van de buitenparlementaire oppositie. De rol van de DDR…'
Ja, ja. Kloster glimlachte ironisch. Drugsgebruik was hier een hogere prioriteit, zei hij. Met de Hollandse grens op nauwelijks vijftig kilometer. Maar hij zou de kwestie bespreken in zijn overleg met justitie. 

Reacties

Populaire posts van deze blog

34. Papierwerk

2. Het vechten van dieren